Vragenlijst
Twintig vragen om je vader te stellen voordat het te laat is
De meeste gesprekken met je vader over vroeger stranden op dezelfde plek. Je vraagt hoe het was, hij zegt dat het anders was, en daarna gaat het over het weer.
Dat ligt zelden aan hem. Het ligt aan de vraag.
Waarom "hoe was het vroeger" niets oplevert
Een vraag die een heel decennium beslaat, dwingt iemand om samen te vatten. En samenvatten is precies wat een verhaal kapotmaakt. "Het was armoe, maar we waren gelukkig" is een samenvatting. Daar kun je niets mee, en hij ook niet.
Vraag in plaats daarvan naar één ding. Eén dag, één voorwerp, één persoon. Hoe kleiner de vraag, hoe groter het antwoord.
Vragen over voorwerpen
Voorwerpen zijn het makkelijkste beginpunt, omdat ze een concreet aanknopingspunt geven en omdat er meestal een verhaal aan vastzit dat hij al eens verteld heeft.
- Wat was je eerste auto, en hoe kwam je eraan?
- Welk gereedschap gebruik je nog dat je van je vader hebt gekregen?
- Wat was het eerste dat je van je eigen geld kocht?
- Welk voorwerp in huis zou je nooit weggeven?
Vragen over plaatsen
- Hoe zag de straat eruit waar je opgroeide?
- Waar speelde je buiten?
- Welk huis voelde het meest als thuis?
- Waar zou je nog één keer naar terug willen?
Vragen over werk
Voor veel mannen van die generatie is werk de plek waar het meeste gebeurde, en de plek waar thuis het minst over verteld is.
- Wat was je eerste baan en wat verdiende je?
- Wie was je beste collega?
- Wat is het zwaarste dat je op je werk hebt meegemaakt?
- Waar was je trots op?
Vragen over anderen
Het werkt vaak beter om naar iemand anders te vragen dan naar hemzelf.
- Hoe was jouw vader?
- Wie was de aardigste mens die je gekend hebt?
- Wie mis je?
- Wie zou je nog eens willen spreken?
Vragen die je bewaart voor later
Deze zijn niet moeilijk maar wel groot. Stel ze niet als eerste.
- Waar heb je spijt van?
- Wat heb je nooit aan iemand verteld?
- Wat zou je jezelf op je twintigste willen vertellen?
- Wat wil je dat wij ons herinneren?
De praktische kant
Vraag er één per keer. Niet vier in één gesprek, en niet met een lijst in je hand; dan wordt het een interview en klapt hij dicht.
Als het gesprek lastig op gang komt, helpt het om te schrijven in plaats van te praten. Bij Weekverhaal sturen wij daarom één vraag per week per e-mail: hij antwoordt wanneer het hem uitkomt, en niemand zit tegenover elkaar.